Alors on danse: Jan Martens

TEKST: JADRANA DEMOEN - FOTO: TINE SAMPERS & JADRANA DEMOEN

Jan Martens, danser en choreograaf, was al drie keer te gast in CasinoKoksijde. In 2013 met het mooie en ontroerende duet ‘A small guide on how to treat your lifetime companion’. In 2016 volgde het energieke ‘The dog days are over’ en afgelopen seizoen zagen we ‘Rule of three’. Met zijn choreografisch platform ‘GRIP’ ondersteunt hij andere jonge makers. Jan Martens heeft het druk met toeren, voorstellingen en projecten lopen in binnen- en buitenland. En toch maakt hij graag even tijd voor een persoonlijk gesprek.

Je danste als jonge choreograaf met een van je eerste voorstellingen in het cultuurcentrum van Koksijde. Wat herinner jij je daar nog van?

Bij de allereerste voorstelling, ‘A small guide to treat your lifetime companion’, was er best wel wat volk aanwezig. En ik herinner mij ook dat we achteraf nog gezellig eentje zijn blijven drinken. Van die keer dat we er in 2016 kwamen, met ‘The dog days are over’, herinner ik mij nog heel goed de maaltijd met iedereen, en natuurlijk de zee en het hotel. Het is een uniek cc natuurlijk, zo vlak bij de zee. Dat is super tof, tussen de repetitie en de voorstelling kun je nog even gaan uitwaaien. Ook de scène en de backstage zie ik voor me. Het is in Koksijde altijd ook een beetje aanpassen, want voor dans is de scène er vrij klein. Dus dan moeten we voorstellingen zoals ‘The dog days are over’ en ‘Rule of three’ echt wel gaan herbekijken. In dans ‘spacen’ we, we werken in de ruimte. Het speelvlak delen we dan in met bv. stickers op de vloer. Voor de scène van Koksijde moeten we dat altijd een beetje bijsturen. Maar dat is wel tof, omdat het de voorstelling bijvoorbeeld nog intenser kan maken, je staat er ook dichter bij het publiek.

Dat kleine podium is inderdaad ‘een dingetje’ in Koksijde... De dansprogrammator zet daarom al jaren in op het werk van jonge choreografen en kleinere dansproducties. Want elk nadeel heeft zijn voordeel: die kleine, vaak heel intieme voorstellingen komen hier dan helemaal tot hun recht. Ook proberen we verschillende producties van dezelfde makers te presenteren. Zo kan ons publiek samen met ons de evolutie van een choreograaf volgen. Tot ze ons ontgroeien...

Zelf staat er voor jou ook een grote dansproductie gepland. Kan je daar al iets meer over vertellen?

Klopt, in januari begin ik met een grote productie, met 17 dansers. Dat is wel super spannend, ook al komen heel wat dansers terug uit vorige voorstellingen. De jongste danser is 15, de oudste 68. Het wordt dus een multigenerationeel project, over ‘the act of protesting’, rebellie. De muziek bij de voorstelling bestaat uit verschillende protestsongs, dat onderzoek ben ik nu aan het doen. Voor elke voorstelling werk ik heel anders, en voor deze is het de bedoeling dat de muzieklijst klaar is voor we beginnen met repeteren. Dan kan ik samen met de dansers onderzoeken wat we erop gaan doen, best spannend. De voorstelling gaat in april in première in De Singel, Antwerpen. Daarna spelen we o.a. ook in Brugge en Kortrijk, dat zijn waarschijnlijk de dichtstbijzijnde huizen waar het Koksijdse publiek de voorstelling zal kunnen zien.

Choreograaf Jan Martens
(c) Stine Sampers

Kun je ons wat meer vertellen over je maakproces? Dat maakt ons wel nieuwsgierig.

Dat is heel verschillend en het is natuurlijk nog anders als ik zelf meedans. Voor de nieuwe productie vertrekken we vanuit de muziek terwijl voor ‘The dog days are over’ het concept vooraf al klaar was in mijn hoofd. Ik wist: we gaan een uur springen en er gaan geometrische vormen zijn. Bij ‘Rule of three’ kwam dan weer enorm veel uit de dansers zelf, in samenwerking met de muzikant. Ik had toen wel ideeën voor scenes en sferen, maar niet echt bewegingsmateriaal. Die beelden legde ik voor aan de dansers waarmee we gestructureerde improvisaties aangingen, waar dan materiaal uitkomt. In die voorstelling maakte ik maar  0% van het bewegingsmateriaal zelf. Terwijl dat bij ‘The Dog days are over’, toch 60 à 70% was. Vorig jaar maakte ik bv. voor het eerst een tekstvoorstelling. Dat was natuurlijk ook weer een heel andere manier van werken.

Ik vind het fijn om heel verschillende dingen te maken, om voor elke voorstelling een specifieke taal of uitdaging te hebben. Het feit dat het zo goed gaat met mijn werk, zorgt ervoor dat ik me wel vrij voel om dingen te proberen, omdat ik merk dat mensen vertrouwen hebben in wat ik maak. Voor mij is een interessante vraag: hoeveel toegevingen doe ik aan de verwachting van het publiek? Mijn kleinere producties stonden vooral in kleinere zaaltjes waar een jonger publiek naartoe gaat die graag iets meer experimenteel werk ziet. Bij de voorstelling die nu op stapel staat, weet ik dat daar een heel ander publiek zal zitten. De première staat nu in de grote zaal in De Singel, waar vooral abonnees naartoe komen. Ik vind dat heel interessant, vooral omdat het thema van de voorstelling rebellie is. Hoe kun je rebelleren tegen wat er normaal gezien te zien valt op het grote toneel, qua dans? Is daar nog plaats voor het intieme, het experimentele?

Ook wij vinden de taal van het lichaam, de bewegende mens, een van de mooiste, krachtigste en universeelste vormen van taal die er bestaat. Kan je iets vertellen over jouw danstaal?

De vorm van mijn voorstellingen is telkens heel verschillend, en toch zit er inderdaad een lijn in de bewegingstaal. Graag plaats ik de mens op de voorgrond en niet de technisch geschoolde danser. Dat is belangrijk. Ik vind het theater een heel educatieve plek, dat klink misschien fout, maar ik weet dat als ik zelf een goeie voorstelling zie, me dat veel leert over mezelf. Theater is een plek waar je echt nog kunt observeren, daarvoor is tegenwoordig minder en minder tijd. We zijn zo gewend aan prikkels en stimuli, in die mate zelfs dat je er verslaafd aan wordt. Theater is op die manier een heel ouderwetse plek, in positieve zin, waar je gedwongen wordt om je een uur of langer op een zaak te focussen. Daar maak ik gretig gebruik van. We kijken allemaal naar hetzelfde, maar kijken er ook allemaal anders naar, we halen er allemaal andere dingen uit. Het theater is een oude vorm, van de Grieken. Het gaat over samenkomen en samen nadenken over thema’s die worden geponeerd, een gedeelde beleving.

Je schrijft op je website dat we allen verlangen naar aanraking, soms letterlijk. Kan je daar iets meer over vertellen?

We ontwikkelen naar een maatschappij waar het fysieke minder en minder aanwezig is. Internet is een technologische ontmoetingsplek geworden, waardoor het minder noodzakelijk is geworden om naar buiten te komen en elkaar face-to-face te ontmoeten. In mijn voorstelling ‘The common people’ gaat het over fysieke ontmoetingen tussen mensen op de scène die elkaar daarvoor nog nooit hadden gezien. Deze voorstelling zou als het ware bijna archivering kunnen zijn van hoe wij elkaar fysiek ontmoeten. Beeld je in dat deze tendens van technologische ontmoeting zich verder en verder ontwikkelt, ik denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van seks- en andere robots, en dat fysiek contact helemaal uitsterft. Hoeveel nood hebben we dan nog aan elkaar ontmoeten, of worden we verteld dat dat minder en minder nodig is?

Scenebeeld uit de voorstelling 'Rule of Three'
(c) Phile Deprez

Het aanraken, dat gaat ook over de intimiteit en het fysieke dat in mijn voorstellingen naar voor komt. Zelfs in ‘The dog days are over’, waarin de dansers elkaar niet aanraken, gaat het over samen fysiek iets doormaken. Het publiek zit soms helemaal mee in die beleving. In de intimiteit van ‘Sweat, Baby Sweat’, voel je dat het publiek er zo in opgaat, bijna smacht, terwijl de dansers nooit contact maken met het publiek. Dat vond ik een heel interessante vorm. Ik hoop dan dat het publiek mee smacht, en met dat gevoel naar huis gaat en met zijn lief in bed wil kruipen.

Razend actueel: de forse besparingen in de cultuursector, meer bepaald de projectsubsidies die onder druk komen te staan omdat ze het met 60% minder middelen moeten doen. Hoe belangrijk waren voor jou de projectsubsidies toen je aan het begin van je carrière stond?

Heel belangrijk. Al heeft het lang geduurd voordat ik die gekregen heb. We moeten oppassen dat we niet denken dat vroeger alles fantastisch was, maar het is natuurlijk superdrastisch. Ik kreeg pas projectsubsidies vanaf ‘The dog days are over’ en ‘The common people’. Ervoor, in het begin van mijn carrière, werd ik vooral ondersteund in Nederland. Nu ik structurele subsidies heb, is dat wel anders. Al wordt die 6% besparing bij ons ook heel voelbaar. We maken in 2020 die hele grote productie, waarvoor we ook al budget van 2021 hadden voorzien. Die 6% besparen betekent concreet dat we het creatieproces van 2 of 3 dansers niet kunnen betalen. Dat is heftig. Er is een naïef deel van mij dat hoopt dat het vanuit een soort onwetendheid is, bij de minister en zijn kabinet. Terwijl ik ook wel weet dat dat geen onwetendheid is. Het is een switch in de maatschappij, waarvan ik heel erg vrees dat het nog maar het begin is.

Ik denk dat we met de sector een heel sterk signaal aan het geven zijn. Aan de andere kant moet ik toegeven dat ik bang ben en dat ik het heel donker inzie. Ik ben heel benieuwd. Ook naar wat in april zal gebeuren als de budgetten worden bekend gemaakt voor de structurele subsidies. Want met GRIP ondersteunen wij ook het werk van enkele andere jonge makers, die wel afhankelijk zijn van projectsubsidies.

Selfie van Jadrana Demoen en Jan Martens
(c) Jadrana Demoen

Hoe is het met jou, nu? Je werk kent succes, je hebt het druk met toeren, verschillende voorstellingen lopen. Je maakt en danst ook zelf mee: er beweegt veel op dit moment!

Het was een heel zwaar en uitdagend jaar. Ik heb deze zomer wel 4 maand verlof genomen, ondertussen ben ik ook verhuisd. En dat is heel goed, maar het blijft worstelen om een goede balans te vinden tussen werk en vrije tijd. Dit najaar was ik zoveel onderweg waardoor ik maar 4 nachten thuis heb geslapen. Ik heb ook een lief, dat is niet voor de hand liggend, ik voel het verlangen naar een stabiele basis. We zijn dan wel verhuisd, maar het is niet simpel daar een leven op te bouwen, om te wennen aan het huis als ik er nooit ben.

Ik zie dit als een luxeprobleem, want het gaat mega-goed met mijn werk en toch blijft het altijd zoeken naar een goede balans. Ik ben ook iemand die heel snel getriggerd raakt door voorstellen, bv als een theater vraagt ‘zin om dat te doen?’ of ‘heb je zin om mee te werken?’, dan ga ik daar graag op in. Maar tegelijkertijd is er eigenlijk geen tijd. Ik moet leren om neen te zeggen en ervoor zorgen dat ik de tijd neem om op adem te komen door in mijn tuin te werken en zelf eten te koken i.p.v. een plastieken boterham te eten in het station. Ik krijg veel van mijn job, ik investeer veel in mijn job, ik investeer ook in mensen, dat is wat ik er echt leuk aan vind. Maar een creatieproces in goeie banen leiden is ook superzwaar. En dan is het soms gewoon zuur te merken dat dat allemaal goed lukt, maar dat mijn privéleven er dan bij inschiet omdat je zoveel energie in je werk steekt. Ik leer het wel.

Heb je zelf andere speciale dromen, ambities voor de komende 20 jaar?

Ik hoop dat ik mijn werk kan blijven maken. En dat ik dat op verschillende fronten kan blijven doen. Ik wil niet mee in dat kapitalistische idee dat je altijd maar groter moet worden. Nu maak ik die voorstelling met 17 mensen. Maar daarna ga ik misschien weer een solo maken, of een duet. Ik wil daarvoor de ruimte kunnen nemen. En rust en voldoening vinden voor mezelf. Voor GRIP hoop ik dat we ook een goeie balans vinden tussen mensen ondersteunen en zorgen dat de medewerkers niet uitgeput raken, dat het daar ook te doen blijft. Ik heb dus geen droom van ‘the bigger the better’ of een eigen gezelschap. Eigenlijk wil ik blijven doen wat ik aan het doen ben, en daar een goed evenwicht in vinden. Want het is fantastisch wat ik mag doen.

Ook wil ik me minder opwinden over bepaalde zaken. Vorig jaar was intens met de situatie rond Jan Fabre. De evolutie van de positie van de danser vind ik belangrijk. Het idee dat dansers moeten blij zijn met wat ze krijgen en de dingen niet in vraag mogen stellen, dat mag zeker veranderen. Ikzelf wil daar stappen in kunnen zetten de komende jaren: de opsplitsing tussen maker en uitvoerder mag verdwijnen. Respect is belangrijk. We werken in een progressieve kunstensector, maar toch is er ook veel uitbuiting. Er zijn mensen die werken zonder betaald te worden en heel veel mensen die onbetaald veel overuren doen. Die tegenstelling vind ik moeilijk te rijmen. We mogen dit niet uit het oog verliezen nu andere onderwerpen op de voorgrond komen, zoals de subsidies.

Tenslotte: heb je nog een boodschap voor het jarige CasinoKoksijde?

Ik hoop dat er plaats blijft voor experiment in de vele cc’s, waaronder CasinoKoksijde. Ik hoop echt dat dat zo kan blijven. Ook in deze tijden waarin er meer aandacht is voor meer inkomsten, waardoor bijvoorbeeld vaker stand-up wordt geprogrammeerd omdat dat beter verkoopt. Deze keuze in programmatie is niet alleen belangrijk voor de kunstensector, maar ook voor het publiek, zodat men ook in Koksijde meer dan eenheidsworst kan zien. Dat ze voorstellingen kunnen zien die hen aan het denken zetten, die hun perspectief veranderen. De cc’s spelen hierin zo’n belangrijke rol. Ik weet dat jullie filmprogrammatie bv. ook zeer divers is, het is belangrijk dat het cc dat allemaal aanbiedt! Doe zo voort!