Bij ons is niemand een nummer.

TEKST: DRIES DAWYNDT - FOTO'S: MIGUEL ROOMS, SYLVIE VER EECKEN, SOFHIE LEGEIN

Lindsey Demunck en Ilse Allewerelt staan als onthaalmedewerkers in de vuurlinie van het cultuurcentrum CasinoKoksijde. Deze frisse tandem werkt al gedurende meer dan vier jaar samen, Ilse is er zelfs al bij van in de begindagen van het casino. Jaarlijks verkopen ze samen zo’n 15.500 tickets.

Cultuurcentrum CasinoKoksijde bestaat 20 jaar. Herinner je je hoe het begon?
Ilse: Absoluut, ik ben hier begonnen op 1 januari 2000. Ik herinner me nog dat de ticketverkoop heel chaotisch verliep. Daags voor de opening hebben we zelfs nog heel de dag schoongemaakt. Ook viel de elektriciteit vaak uit tijdens die eerste dagen. Plots verwelkomden we, Gijs en ik, de mensen hier in het donker. We werkten tijdens die beginperiode vooral op adrenaline. Er was nog veel dat niet in orde was, onze computers waren zelfs nog niet eens geïnstalleerd en we zaten zelfs af en toe samen met allerlei werkmannen. Het cultuurcentrum werd snel operationeel, maar was nog verre van afgewerkt. We werkten heel veel, zaten hier bij wijze van spreken dag en nacht. Achteraf bekeken, is het precies alsof we in een rush leefden.

Lindsey: Over die eerste jaren kan ik weinig vertellen, ik ben hier vier jaar geleden gestart. Ilse leerde me de kneepjes van het vak. Na een korte aanpassingsperiode vond ik snel mijn draai. Vandaag hebben we 700 abonnees, dat is uniek in de regio. Als ik hoor dat dit een zevenvoud is van in 2000, dan zette het cultuurcentrum toch flink wat stappen.

© Miguel Rooms
Wat is jullie exacte job? Hoe ziet jullie dag eruit?

Lindsey: Het belangrijkste is uiteraard het onthaal zelf. Maar we doen ook veel administratie, begeleiden schoolvoorstellingen en helpen bij de promotie. Geen enkele dag is hetzelfde. Leuk is ook dat we bij alles worden betrokken. Er is hier elke maandag teamoverleg en we mogen echt wel onze input geven. De collega’s luisteren naar onze inbreng.

Ilse: Een verschil met andere onthaaljobs aan de gemeente is dat we hier vooral werken voor de inwoners en mensen uit de regio en iets minder met toeristen.

Lindsey: En we bieden ook een goede service aan onze oudere inwoners. Door het online ticketsysteem is een deel van ons takenpakket eenvoudiger dan voorheen, maar we beseffen dat niet iedereen het daar gemakkelijk mee heeft. Het is onze taak om onze klanten hierin bij te staan. Onderschat ook het belang van sociaal contact voor sommige mensen niet. Als we vragen hoe het gaat met iemand waarvan we weten dat zijn of haar partner ernstig ziek is, appreciëren die mensen dat enorm. Bij ons is niemand een nummer.

Ilse: Klopt. Onze job gaat verder dan zomaar een ticket verkopen. Het menselijk contact is wat verminderd door de digitale ticketverkoop. Maar vergis je niet, veel mensen verkiezen toch nog dat persoonlijke contact.

Hoe is de verstandhouding met elkaar? En met de rest van het team?

Ilse: We komen goed overeen, ook met de andere collega’s. Iedereen helpt elkaar als dat nodig is. Tijdens de wekelijkse teamvergadering benoemen we eventuele werkpunten en problemen, iedereen kan vrijuit spreken.

Lindsey: We zijn complementair, we werken goed samen. En als er iets is, kunnen we dat aan elkaar zeggen, ook minder leuke dingen. We voelen dat ons werk wordt geapprecieerd door de andere collega’s en door de klanten die hier over de vloer komen. Dat doet deugd.

Heb je het gevoel dat de voorbije jaren voorbij zijn gevlogen? Of net niet?

Ilse: Vooral dat allereerste jaar! Maar ook daarna stond de tijd niet stil. Ik vind het onvoorstelbaar dat we vandaag al de twintigste verjaardag vieren. Er is alleszins heel veel gebeurd.

Zoals? Wat is de belangrijkste evolutie in die twintig jaar?

Lindsey: Zonder twijfel de digitale revolutie. Onze job is hierdoor een stuk gemakkelijker geworden, maar zoals eerder aangehaald, blijven we inzetten op die persoonlijke relaties en klantvriendelijkheid.

Ilse: We zijn enorm gegroeid, samen met ons publiek. Indertijd was een concept zoals Klassiek op Zondag niet altijd even succesvol, maar vandaag is zo’n voorstelling vaak meteen uitverkocht. Dat wil toch iets zeggen.

Lindsey: We hebben al enkele ticketsystemen zien passeren, vooral Ilse dan. En dat vergt toch telkens een inspanning. We moeten onszelf permanent bijscholen. Het geeft ons wel een goed gevoel als we een probleem hebben opgelost.

© Sylvie Ver Eecken
Ilse: Uit onwetendheid namen we het reservatiesysteem over van de dienst Toerisme, maar dat was verre van ideaal voor de werking van een cultuurcentrum.
Een voorbeeld is dat we rolstoelen niet konden toewijzen aan een vaste plaats. Achteraf bekeken, zijn zo’n kinderziekten logisch, we hebben er veel expertise uit gehaald.

 

We zijn benieuwd welk genre jullie zelf verkiezen: een dansvoorstelling, film, theater,…?

Lindsey: Ik kies voor comedy. Zo ben ik enorme fan van Erhan Demirci. De stand-upcomedian komt opnieuw naar het casino op zaterdag 22 februari. Ook een goed theaterstuk kan mij wel bekoren.

Ilse: Ook ik verkies humor. Vroeger kwam ik met de kinderen ook graag naar familievoorstellingen. Die periode ligt nu al een tijdje achter mij, maar zo’n voorstellingen waren vaak echte pareltjes.

Uiteraard zijn we ook benieuwd naar anekdotes!

Ilse: Eén van de broertjes van Kommil Foo kwam ooit eens naast mij zitten om op het internet te surfen (lacht). Maar eigenlijk proberen wij zo normaal mogelijk te doen en de artiesten vooral niet te storen. Zij hebben geen boodschap aan de zoveelste vraag voor een selfie. De ene artiest is ook de andere niet. Sommigen schermen zich af en anderen zijn dan weer heel open en vriendelijk.

Lindsey: Niet zo lang geleden wachtte ik op het moment dat Niels Destadsbader zou arriveren, maar hij kwam maar niet opdagen. Teleurgesteld vertrok ik naar huis tot hij plots voor mijn neus stond. Ik werd meteen bloedrood (lacht), maar hij was echt heel sympathiek. Het gebeurt ook wel eens dat een artiest minder vriendelijk is dan op televisie.

Welke topartiest wil je hier zeker nog eens vermelden?

Lindsey: William Boeva, de grappigste dwerg. Met hem lach ik me telkens kapot.

Ilse: Kommil Foo en Begijn Le Bleu zijn mij bijgebleven, maar we hebben hier al veel toppers de revue zien passeren, denk maar aan Laïs. Veel artiesten stonden in het begin van hun carrière toen ze voor het eerst bij ons kwamen spelen. Helaas gebeurt het af en toe ook eens dat de verwachtingen niet ingelost worden, maar omgekeerd ook: dat het net beter is dan aanvankelijk gedacht, vooral bij sommige dansvoorstellingen was ik vaak heel erg aangegrepen.

Eigenlijk komen jullie meer in aanraking met de techniekers dan met de artiest zelf.

Lindsey: Dat klopt. De artiest komt vaak maar een uur voor aanvang van de show terwijl de technici hier al de volledige dag aanwezig zijn. Meestal zijn dat toffe mensen. En vaak benadrukken ze hoe graag ze naar ons cultuurcentrum komen. Dat wil toch zeggen dat we hier niet zo slecht bezig zijn. Opvallend is dat bijna iedere technieker eens gaat piepen naar onze Noordzee. We beseffen te weinig hoe leuk het is om aan zee te wonen.

Hebben jullie nog zotte dromen?

Ilse: Eigenlijk hopen we dat we kunnen voortgaan op de ingeslagen weg. Zolang we blijven vernieuwen en ontwikkelen, dan kunnen we over 10 of 20 jaar nog trotser zijn. 

Lindsey: Ik doe eens zot en droom van Koen Wauters!

Ilse: doe mij dan maar Marco Borsato (lacht).

© Sofhie Legein