Broederliefde: Luk en Tom Vermeir

TEKST: VEERLE DECROOS  - FOTO'S: PIET STELLEMANS, MICHEL DEVEEN, LUK & TOM VERMEIR

De broers Tom en Luk Vermeir groeiden op een steenworp van het huidige cultuurcentrum op, ze speelden als kind samen op het strand, nu doen ze dit op het podium. Tom als acteur en Luk als muzikant. In februari staan ze voor het eerst samen op onze scène met de voorstelling ‘Locke’ van Cie Cecilia en dit voor een uitverkochte zaal. We strikten beide heren in hun nieuwe hometown Gent voor een fijn gesprek over hun artistiek parcours en hoe bepalend Koksijde en de zee is in hun leven.

Tom en Luk, jullie groeiden op met jullie voeten in het zand van Koksijde. Vertel eens hoe jullie jullie jeugd hier hebben beleefd.

Luk: Wat ik me vooral herinner, is dat we heel veel vrijheid kregen van onze ouders, dat we ganse dagen buiten speelden en van de zee en de streek genoten en dat was echt de max. Vlak bij ons was er een huisje waar vluchtelingen in waren ondergebracht en samen met hen gingen we shotten in de duinen. We waren uren weg van thuis om te ravotten en we deden echt onze goesting.

Tom: Dat is inderdaad een fantastische plek om op te groeien. En eens je opgegroeid bent aan zee, blijf je een kind van de zee voor de rest van je leven. We speelden godganse dagen buiten. Maar vanaf mijn puberteit kreeg ik het wel moeilijk om mijn draai te vinden in Koksijde. Koksijde was toen nog niet wat het nu is, er was nauwelijks een cultureel leven, er was zeker nog geen sprake van een cultuurcentrum, en na een tijd geraakte ik toch een beetje uitgekeken op de vele avondjes in Pietje Pek in Veurne. Ik wou andere dingen die niet voorhanden waren en voelde me daardoor wel een beetje ‘the odd one out’. Toen ik aan de adviseurs van het PMS (het toenmalige CLB) vertelde dat ik acteur wou worden, kregen ze bijna een beroerte, zo uitzonderlijk was dat toen in onze streek (lacht).

Aan de kust wonen betekent voor mij ook opgroeien in een rare dynamiek. Enerzijds loopt het in de zomermaanden zwart van het volk en in de winter is het dan weer zeer stil. Dat contrast is vreemd, maar heeft op zich ook wel iets moois. De aanwezigheid van de zee zorgt ook voor een openheid, en dat wilde, dat ‘chille’ vind je terug in de mensen
die er wonen.

Luk: Ik heb dat beperkende minder aangevoeld als mijn broer. Ik kon mijn ei kwijt in veel andere zaken naast muziek. Zo amuseerde ik me met mijn hobby in de luchtvaart, waardoor ik minder het gevoel had dat ik van alles miste.

Luk en Tom Vermeir
(c) Piet Stellemans & Michel Deveen

 

Jullie volgden als kind beiden muziek en woord aan de academie. Waren er bepaalde personen die jullie keuze voor een artistiek parcours mee hebben bepaald?

Tom: Frieda Vanslembrouck en Josette Van Hooydonck zijn heel bepalend geweest voor mij in de academie. Ook mijn deelname aan het schooltheater Panneia in Immaculata De Panne is doorslaggevend geweest. Toen besefte ik plots dat ik van spelen mijn job wou maken. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat ik dankzij enkele leerkrachten in Immaculata mijn einddiploma heb gehaald. Peter Vantyghem, leerkracht Engels en muziekjournalist, is een van de meest inspirerende mensen uit mijn leven geweest, en is dat nog steeds tot op de dag van vandaag. Hij heeft werkelijk de muzikale wereld binnen gebracht in mijn leven. Dankzij hem heb ik o.a. Jeff Buckley en Nirvana leren kennen, en dat allemaal jaren voor ze echt bekend werden. Ik weet nog dat ik op de speelplaats rond liep met cassetjes van groepen die ik had leren kennen en die ik als een bezetene wou laten horen aan al mijn klasgenoten, en dat leidde bij sommigen tot lichte ergernis en onbegrip.

Ook leerkrachten als Marijke Dewolf (muziekleerkracht), Hilde Vanhoutte (esthetica), Stephan Flamand (leraar Frans), Inge Vandekeere (leerkracht LO) zijn mensen die me zullen bij blijven.

Luk: En ook op mij heeft Peter Vantyghem onrechtstreeks een invloed gehad, want Tom bracht die cassetjes allemaal mee naar huis en bouwde zo ook mijn muzikale kennis uit. Mijn pianoleraar op de academie was Diony Dhaenen en Jean-Marc Ghesquiere gaf me slagwerk en comboles. Ik ben die laatste nog eens tegen het lijf gelopen tijdens een optreden te lande en dat weerzien was erg fijn. En we hebben uiteraard ook beiden fijne tijden gehad in de harmonie van Koksijde o.l.v. Luc Note. In de blaaskapel hebben we leren improviseren en op een vrijere manier leren muziek spelen.

En dan, na 18 jaar te hebben gewoond in Koksijde, trekken jullie allebei naar de grote stad. Gent voor Tom, Rotterdam en later Antwerpen voor Luk. Hoe voelde dat, die overgang naar de stad?

Luk: Het eerste jaar in Rotterdam is voor mij niet makkelijk geweest, ik werd pas laat toegelaten op de academie en vond moeilijk aansluiting bij de andere studenten, die vaak meteen na de lessen naar huis gingen. Het is pas in Antwerpen, een jaar later, dat ik mijn draai begon te vinden. Ik zat op een goed kot met toffe gasten, dompelde me onder in het uitgaansleven en heb toen veel concerten meegemaakt in het legendarische café De Hopper. Dan ga je pas beseffen dat je niet de enige muzikant bent die piano speelt…

Tom: Ook mijn eerste jaar is niet meteen een succes te noemen. Ik herinner me dat ik vooral op mijn kot zat te blowen en te luisteren naar Led Zeppelin. Ik volgde enkel de lessen praktijk en interesseerde me niet voor de lessen cultuurgeschiedenis, bewegingsleer enz. Ik was toen wel veel bezig met mijn eigen gezelschap en leerde op die manier wel heel veel. Eigenlijk zie ik mijn opleiding meer als een poort naar een nieuwe wereld, waarbij een aantal inspirerende mensen je de weg wijzen.

Luk: Ik vrees dat we allebei niet echt voorbeeldstudenten zijn geweest en dat we allebei toch een vrij hobbelig eerste jaar hebben gehad, dat is duidelijk. En ook ik heb vaak het gevoel gehad dat je meer leert naast je opleiding, al heb je het ergens wel nodig om op weg te geraken. Ook het feit dat je in de opleiding al vrij snel in een vakje wordt geduwd, in mijn geval dan het hokje van de jazz, voelde niet altijd even juist en comfortabel. En uiteindelijk blijft mijn hele parcours een blijvende zoektocht. Wat of hoe ik nu speel, is al behoorlijk geëvolueerd t.o.v. wat ik toen heb geleerd, en die constante evolutie en flexibele houding is eigenlijk wel mooi aan een job.

Tom: Inderdaad, je moet je als kunstenaar heel flexibel opstellen, je wordt voortdurend blootgesteld aan nieuwe prikkels, invloeden en tendensen en dat bepaalt je parcours heel fel. Ook het feit dat je succes heel wisselend kan zijn, bepaalt je creativiteit voor een groot stuk. Als kunstenaar heb je geen vast loon, geen pensioensopbouw, geen ziekteverzekering enzovoort, dat zijn zaken die je allemaal alleen moet zien uit te vissen. En dat zorgt wel voor een zekere onrust in je hoofd. Maar ook die onrust kan dan wel weer voor een specifieke drive zorgen.

Selfies van Luk en Tom Vermeir
(c) Luk en Tom Vermeir

En dan na de studies blijven jullie allebei in de stad hangen…

Luk: Ik heb na Antwerpen nog een jaar in Schaarbeek gestudeerd, dat was zeer rock-and-roll qua omgeving en daar voelde ik me echt niet thuis. Pas toen ik naar Gent verhuisde, ging er een nieuwe wereld voor me open. Daar ben ik in contact gekomen met veel toffe muzikanten, en trad ik voor het eerst op met Isolde et les Bens. Ik stond toen ook vaak te spelen op het podium van de Charlatan voor een zeer open en amusant publiek. Niets leuker dan te blijven plakken na een optreden op café, best zwaar, maar wel zeer fijn.

Tom, jij bent intussen verhuisd naar het platteland?

Tom: Ja, ik noem het de Gentse suburbs, het is tenslotte maar op een half uur rijden van Gent. Ik woon daar zeer graag, en tegelijk wil ik daar ook geregeld weg. Het stuk grond en het huis dat ik daar heb gekocht, is op de plek waar ik naartoe ging om te schrijven toen ik nog in Gent woonde. Ik heb die rust nodig om te werken en te creëren en die vond ik daar of aan zee, aan Groenendijk, of het kasteel van Ooidonk. Ik kom ook echt tot rust op mijn nieuwe stek en geniet vooral van de overgang van de seizoenen.

Maar zoals gezegd, ik moet ook steeds de mogelijkheid hebben om ervan weg te kunnen en dat kan gelukkig ook makkelijk: ik zit voor mijn job vaak op hotel of ik vertoef op mijn boot die in de zomer aan zee ligt of tijdens de winter hier in Gent. Het is duidelijk: het sedentaire leven is niet aan mij besteed.

Komen jullie graag terug naar de kust?

Tom: ik kom er geregeld terug, en vooral om uit te varen met mijn boot.

Luk: Vroeger kwam ik zeer geregeld naar Koksijde, meer bepaald naar The West Aviation Club, om er te vliegen met een sportvliegtuigje, en om daarna te wandelen aan het strand of in de duinen. De laatste jaren kom ik minder in Koksijde en iets meer in Oostende, omdat papa daar nu woont. Oostende heeft ook die toffe mix van stad en zee.

Tom: Ja, Oostende is echt een topstad, al wordt die jammer genoeg door projectontwikkelaars op een verkeerde manier aangepakt, vind ik.

Intussen zijn jullie beiden stevig verankerd in het artiestenlandschap. Jij als muzikant, Luk, en ook jij, Tom, hebt lange tijd als muzikant bij A Brand gespeeld. Hoe heb je die tijd beleefd?

Tom: Dat was een zeer plezante tijd. We hebben veel rond gereisd en getoerd en veel podia gezien. Ik heb daar uiteindelijk 8 jaar mee getoerd, en ik kan je verzekeren dat dat een heel intense periode is geweest. Al was ik ook weer blij dat ik daarna kon beginnen spelen.

Intussen heb je op scène gestaan, op filmsets, op televisiesets. Zijn er bepaalde disciplines waar je je gelukkiger voelt?

Tom: Momenteel is dat film omdat ik dat een heel mooi medium vind om een verhaal te vertellen en om personages te ontwikkelen. Die onderdompeling in je personage en het hele creatieve proces vind ik zeer boeiend en daar voel ik me echt in mijn element. Intussen heb ik in een aantal zeer mooie projecten gespeeld. Uiteraard is er de veelbesproken film ‘Belgica’ van Felix Van Groeningen, maar persoonlijk ben ik zeer trots op de film ‘Seule à mon mariage” van Marta Bergman die in Cannes werd geselecteerd en die veel gedraaid werd in Frankrijk en Wallonië en op ‘Porselein’ van Jenneke Boeijnk die binnenkort in Caïro in première gaat.

Jij, Luk, bent bij uitstek een muzikant. Jij hebt ook heel veel projecten gehad, intussen?

Luk: Ik heb heel veel projecten gedaan die vaak niet aan de verwachtingen voldeden, maar ook andere die wel succesvol waren. Ik ben begonnen bij Imperior de Percussion als jonge drummer. Intussen ben ik vast muzikant bij Isolde Lasoen en speel ik bij Tiny Legs Tim met een negenkoppige band. Dat is echt een zeer toffe band omdat ik daar vrij ben om te improviseren in de blues. Daarnaast heb ik Lester’s Blues met muziek van Lester Young en Count Basie samen met saxofonist Tom Callens. Met die band spelen we regelmatig in het buitenland voor dansende mensen, daar hou ik heel erg van.

Het is wel duidelijk dat jullie beiden nood hebben aan variatie en uitdaging.

Luk: Ja, inderdaad, daar heb je gelijk in. Ook het zelfkritische is bij ons een constante, alhoewel het voor mij soms ook belemmerend kan werken. Ik ben sowieso iemand die heel veel uitprobeert en experimenteert, maar in tegenstelling tot mijn broer, treed ik er minder makkelijk mee naar buiten. Ik heb nog te vaak het gevoel dat er van alles in mij bloeit en bruist, dat er nog onvoldoende uit komt. Ik hoop daar tegen mijn pensioen stappen vooruit in te hebben gemaakt (lacht).

Ik heb een hele tijd les gegeven en ben daar mee begonnen in JOC de PIT, daarna ben ik in Gent beginnen les geven in het MUDA. Daar ben ik intussen mee gestopt, omdat dat me niet meer gelukkig maakte. Ik heb me dat nog niet beklaagd, ook al heeft dat natuurlijk financiële consequenties.

Tom: Ook ik denk er sterk over na om les te geven. Ik heb daar nu echt zin in.

Jullie staan nu voor de eerste keer samen op scène met ‘Locke’, klopt dat?

Luk: Ja, als je abstractie maakt van de lunchconcerten die we gaven in Immaculata De Panne (lacht), wordt dit onze eerste keer samen op een podium. En de productie zorgt nu al voor veel uitverkochte zalen, nog voor ze in première is gegaan. We kijken er naar uit om elkaar zo vaak te zien, want met ons drukke leven gebeurt dat steeds minder vaak. Ik verlang ernaar om samen te spelen en om de decompressie erna samen te beleven. Ik herinner me dat ik eens naar een voorstelling kwam kijken van ‘Chet’ (nvdr: van Compagnie Cecilia met Tom in de hoofdrol), en dat we daarna nog een pint zijn gaan pakken in Trefpunt in Gent en uiteindelijk samen op het podium zijn beland om nog een aantal nummers van Chet Baker te spelen. (waarop Tom verbaasd zijn broer aankijkt, hij lijkt dit onderdeel van de avond te zijn vergeten…). En ik merk dat die goesting om samen te spelen er nog steeds is. ’t Is van kinderlijke fratsen bij ons thuis geleden dat we nog samen hebben gespeeld, ik op keyboard, hij met zijn zottigheden erdoor.

Tom: ‘Locke’ is een bewerking van de film ‘Locke’ van Steven Knight waarin een man in een auto zit en met verschillende mensen belt. Met 2 acteurs, ikzelf en Koen De Graeve, spelen we alle verschillende rollen. De een speelt Locke, de andere al de andere rollen. En daarnaast staat een band die er een score onder speelt. We hebben met die band al een eerste muzikale aanzet gedaan waarin we de basis al jammend en improviserend hebben gelegd. Momenteel zit ik in de blokfase, en volgende week beginnen we volop samen met de band te repeteren. De première is gepland op 11 december. Spannend, omdat er nog zoveel moet gebeuren voordat die première er is.

En ook daarna blijft het boeiend, omdat het stuk nog sterk kan evolueren gaandeweg. Dat is het mooie aan theater, dat het blijft groeien terwijl je speelt. Helemaal anders is
dat met film. Daar is het product op het moment van de première helemaal af en zijn alle artistieke keuzes qua montage en spel definitief en onherroepelijk gemaakt.

Tom en Luk, tot slot, hebben jullie nog een boodschap voor het jarige CasinoKoksijde?

Tom: Het CasinoKoksijde moet absoluut blijven verder doen op het élan waarop het bezig is, die zeer fijne mix tussen voorstellingen voor het grotere publiek en de meer eigenzinnige producties is een belangrijke troef. Het is zeer tof dat minder evidente genres en voorstellingen ook hun weg vinden naar de Westhoek, want ook jullie publiek heeft het recht om te zien wat voor fijne dingen er gemaakt worden in Vlaanderen. Jullie zijn zeer goed bezig, wat mij betreft, en dat merk je ook bij collega’s, iedereen is altijd zeer enthousiast als ze naar CasinoKoksijde mogen komen spelen. Keep up the good work!