het CC: een plek voor Culturele Cross-overs

Laten we meteen to the point komen: de allerbelangrijkste rol van een cultuurcentrum moet absoluut behouden én zelfs nog versterkt worden: die van ontmoetingsplek tussen publiek en artiesten (bv. via optredens, nagesprekken…), maar ook tussen toeschouwers onderling – want waar ontmoet je tegenwoordig nog nieuwe mensen buiten je eigen kleine bubbel? In onze snel razende en anonieme grootsteden, maar ook in de ’s avonds zo ingeslapen dorpen en stadjes, moet een cultuurcentrum zowel een veilige en warme thuis zijn als een bruisende en innovatieve hub – een alternatief voor ieders individuele cocon waarin Netflix koning is.

Het ideale cultuurcentrum is een oase van gezelligheid, geen betonnen prestigeproject. Het is een plek die niet alleen ’s avonds de deuren opent, maar de hele dag publiek verwelkomt. Waar je na het werk even een tentoonstelling bezoekt of komt borrelen. Waar je gitaar kan oefenen en er ateliers zijn om te schilderen. Waar studenten samen kunnen studeren en flexwerkers terechtkunnen voor rust, koffie en wifi – zoals in de Arenbergschouwburg in Antwerpen, waar men net besefte dat hun infrastructuur overdag totaal onderbenut werd. Een aantrekkelijk horeca-concept dat de hele dag open is, is daarbij onontbeerlijk. Dat klinkt evident, maar is het op veel plekken nog niet. Ik ken enkele cultuurcentra waarbij de bar in de enorme inkomhal lijkt op de showroom van een autogarage, inclusief slechte akoestiek. Waar je geen gezonde en biologische frisdrank vindt of een lekker alternatief voor alcohol. Waar je dagen op voorhand moet reserveren als je iets wil eten en vegetariërs op hun kin kunnen kloppen. Dat kan beter!  Zorg voor een gevarieerd drank- en eetaanbod, een snelle bediening en gezonde sandwiches-to-go voor wie gehaast en hangry arriveert en geen zin heeft in een kleverige wafel of chips. Bij food for thought horen ook thoughts about food.

(c) Alexander Meeus

Maar een ideaal cultuurcentrum biedt meer dan brood en spelen: het is een knooppunt van functies, met een lage drempel en een hoge beleveniswaarde. Kent u Centquatre in Parijs? Die kunstenplek ligt in een wat groezelige, industriële buurt buiten het toeristische centrum. Er zijn theaterzalen en horeca, maar ook exporuimtes, artistieke ateliers en een boekhandel, die allemaal uitkomen op een centraal overdekt plein, waar de hele dag jongleurs, skaters en rappers hun kunsten tonen en elkaar ontmoeten. Jong en oud, ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur, actieve en passieve kunstbeoefening: het loopt er allemaal door elkaar, zonder strakke regie.

Ook bij ons in Vlaanderen worden functies gecombineerd, waarbij cultuurcentra overlopen in een bibliotheek, kunstacademie of filmclub en soms zelfs in een sporthal of stadhuis. Bij de eerste voorbeelden draagt dit bij tot de culturele beleving, bij de laatste is het vaak nefast voor de sfeer en lijkt het vooral een efficiënte besparingsoefening.
Combineer dus functies, maar gooi niet alles op een hoop. Focus op de essentie: het faciliteren van kunst en cultuur.

En niet alleen van de grote bekende kleppers, maar ook van je eigen creatieve scene, ook als die niet behoort tot het gevestigde verenigingsleven. Ik droom van een cultuurcentrum waar je als lokale, jonge creatieveling op alle mogelijke vlakken ondersteund wordt in het creëren van je artistieke project, zonder dat je al meer dan een jaar op voorhand de grote zaal moet reserveren omdat het zo werkt in de planning. Ik heb vroeger zelf theaterproducties kunnen maken met jongeren in cultuurcentrum Het Gasthuis in Aarschot, waar de programmator tijdens de Paasvakantie iedere ochtend eigenhandig de zaal voor ons kwam openen, hoewel het cultuurcentrum dan eigenlijk gesloten was. Die flexibiliteit betekende voor ons een wereld van verschil. Support your local scene: het zijn de artiesten van de toekomst en zij hebben een groot lokaal netwerk dat je op die manier ook bindt aan je cultuurcentrum.

Vertimmer het cultuurhuis tot een coole plek waar jongeren graag komen, ook buiten het verplichte schoolbezoek. Creëer hangplekken waar ze kunnen chillen, gamen en repeteren. Start met last-minute tickets aan halve prijs voor wie jonger is dan 26 jaar. Richt een eigen jongerencollectief op, dat échte verantwoordelijkheid krijgt om te programmeren in het cultuurcentrum en niet louter dient om hun peers te loodsen naar de bestaande werking.

Installeer een cultuur van co-eigenaarschap: niet één programmator die beslist over de hele invulling, maar verschillende curatoren, van jongeren tot cultureel diverse organisaties. Heb de moed en het vertrouwen om de sleutels uit handen te durven geven, want het resultaat is altijd verrassender dan je had vermoed. Laat studenten een expo organiseren en nodig artiesten uit voor residenties en repetities. Breng vervolgens de lokale breiclub in contact met deze kunstenaars wanneer ze een toonmoment willen houden of laat de studenten de breiclub rondleiden doorheen hun tentoonstelling. Beperk je als cultuurcentrum dus niet tot het programmeren van voorstellingen of concerten, maar werk als een gatekeeper, waarbij je verschillende groepen uit het dorp of de stad met elkaar in contact brengt én verbindt.

Stimuleer eigen creaties. Nodig eens een professionele artiest uit om te werken met lokale amateurs. Lanceer een oproep voor een muurschildering of een in situ performance. Treed buiten je eigen muren en beschouw het hele dorp of de hele stad als je actieterrein. Kunst is er voor iedereen en op alle mogelijke manieren en plaatsen – en laat cultuurcentra daarin net een grote expertise en uitstraling hebben. De groeikansen voor kunst en cultuur liggen volgens mij bij uitstek op het lokale niveau – en dat zou uitstekend toekomstnieuws moeten zijn voor de vele geweldige cultuurcentra die Vlaanderen rijk is. The future is (y)ours.

Op mijn belangstelling kan u alvastrekenen.

Hartelijk, Filip Tielens, cultuurjournalist