Uitdagingen voor het onderwijs: Er zijn geen simpele recepten!

maandag 9 maart 2020 om 14.00
Vorming
Organisatie: 
Ugent i.s.m. gemeentebestuur Koksijde
Prijs: 
30 euro per academiejaar (10 lezingen)
Duur: 
ca. 120 min.

FACULTEIT POLITIEKE EN SOCIALE WETENSCHAPPEN - VAKGROEP SOCIOLOGIE

FACULTEIT LETTEREN EN WIJSBEGEERTE - VAKGROEP TAALKUNDE

ACULTEIT PSYCHOLOGIE EN PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN - VAKGROEP ONDERWIJSKUNDE

Over onderwijs wordt veel gezegd en geschreven. Het is de belangrijkste Vlaamse uitgavenpost en er wordt veel van verwacht in termen van bijdrage aan economische vooruitgang. Onderwijs geldt ook als hefboom voor sociale mobiliteit, waarbij we er graag van uitgaan dat het bij uitstek meritocratisch is: waar je uiteindelijk terecht komt, hangt af van je eigen inspanningen en verdiensten. Nochtans moeten we vaststellen dat onderwijs deze rol niet ten volle speelt. Sociale achtergrond blijft sterk doorwegen in onderwijskansen. Toenemende etnische diversiteit stelt bijkomende uitdagingen. Hierbij is het heel verleidelijk om op basis van vergelijkingen met het buitenland simpele recepten aan te dragen. Onderliggende mechanismen zijn onvoldoende gekend en worden niet altijd in rekening gebracht. Nochtans vraagt deze complexe materie om het innemen van genuanceerde standpunten, gebaseerd op grondig diepgaand onderzoek dat oppervlakkige vergelijkingen door middel van internationale datasets overstijgt. Deze lezingenreeks illustreert dit aan de hand van onderzoek naar sociale oorzaken en gevolgen van studiekeuze in het Vlaamse secundair onderwijs, diversiteit en meertaligheid, onderwijskansen, met een specifiek oog op de verhouding tussen internationale vergelijkingen en diepgaand kleinschalig onderzoek.

Klaslokaal
MAANDAG 9 MAART 2020: HOOG MIKKEN EN DAN ZAKKEN. DE CONSEQUENTIES VAN EEN HIËRARCHISCH ONDERWIJSSYSTEEM.
Prof. Mieke Van Houtte

De massificatie van het Vlaamse onderwijs heeft niet geleid tot de verhoopte democratisering. Een groter aantal kinderen uit verschillende socio-economische groepen stroomde weliswaar door naar het secundair en hoger onderwijs, maar de verticale differentiatie maakte plaats voor horizontale differentiatie. De studierichting waarin kinderen terechtkomen in het secundair onderwijs wordt nog steeds sterk bepaald door de sociale achtergrond. Dit heeft enerzijds te maken met verschillende studieprestaties naargelang sociale achtergrond, maar is anderzijds ook het gevolg van verschillende keuzes.

Tegelijk verschillen de leerlingen in verschillende onderwijsvormen significant voor een groot aantal indicatoren, gaande van prestaties en betrokkenheid, over wangedrag en burgerschap tot welbevinden en gezondheid. Leerlingen in het beroepsonderwijs scoren op elk van die indicatoren doorgaans het slechtst, gevolgd door leerlingen in het technisch onderwijs. Deze verschillen kunnen niet louter verklaard worden door de grotere aanwezigheid van leerlingen uit zwakkere sociale milieus in technisch en beroepsonderwijs, want wanneer hiermee rekening gehouden wordt, blijven de verschillen bestaan.

In deze lezing gaan we dieper in op de achterliggende mechanismen bij de studiekeuze en verklaren we hoe de onderscheiden onderwijsvormen zorgen voor verschillende uitkomsten bij jongeren. We tonen aan dat het hiërarchisch karakter van het onderwijssysteem niet alleen verantwoordelijk is voor de oververtegenwoordiging van zwakkere sociale groepen in het technisch en beroepsonderwijs, maar er ook voor zorgt dat er op andere uiteenlopende

Delen